
In 1823 onderging Hendrika Hofhuis als laatste vrouw in Nederland een waterproef na een beschuldiging van hekserij. Haar verhaal laat zien hoe diepgeworteld het geloof in hekserij was en hoe vrouwen de prijs betaalden voor de angst en bijgeloof van anderen. Want ook al werd de waterproef in de kranten omschreven als een middeleeuws overblijfsel, het geloof in hekserij verdween daarna nog lang niet.
Hendrika Hofhuis was de laatste vrouw in Nederland die een zogenaamde 'waterproef' onderging na een beschuldiging van hekserij.
Op 16 maart 1823 had zich om drie uur 's middags een belangstellende menigte verzameld aan de kade van de Twickelse Vaart in het Twentse dorp Deldenerbroek. De tweehonderd aanwezigen, ongeveer de helft van het dorp, waren per brief uitgenodigd om die middag een zeker spektakel bij te wonen. De brief was geschreven door Hendrika Hofhuis, een 43-jarige boerin die aan de vaart woonde. Over Hendrika ging in het dorp het gerucht rond dat zij een heks zou zijn. Zij was beschuldigd door haar buurvrouw Jenneke ter Horst. In november was zij bevallen van een zoon en in december was Hendrika op kraamvisite geweest. Jenneke verkeerde echter in een slechte toestand, waarvoor zij Hendrika verantwoordelijk hield: "Gij hoeft mij niet aan te spreken, want hoe meer gij zulks doet, hoe slechter ik word." Toen zij Hendrika de deur wees, noemde zij haar een 'toverheks' en beweerde dat zij haar had behekst.
Deze beschuldiging leidde tot geruchten en roddels, die zelfs na ongeveer drie maanden nog niet waren verdwenen. Hendrika besloot deze geruchten echter zelf voor eens en voor altijd de kop in te drukken. In het bijzijn van haar beschuldiger en een groot deel van het dorp begaf zij zich naar de vaart. Vastgebonden aan een touw, en alleen gekleed in een broek van haar man, liep zij het water in. Zodra zij zonk, zou haar onschuld bewezen zijn en werd zij uit het water gehaald. Daarmee was de laatste 'waterproef' in Nederland voltrokken.
Toen de schout, Putnam Cremer, er lucht van kreeg, stelde hij een onderzoek in. In zijn verslag schreef hij dat hij de bijeenkomst zou hebben verboden als hij ervan had geweten. Omdat Hendrika deze waterproef op eigen initiatief had ondergaan, werd echter niet tot gerechtelijke vervolging overgegaan. Bovendien was de zaak volgens de schout 'op een vriendelijke manier' afgedaan.
Over deze gebeurtenis verscheen een bericht in de Overijsselse Courant, waarin zij werd beschreven als iets dat eigenlijk niet in deze 'moderne' eeuw thuishoorde. Het zou een abnormaliteit zijn: een overblijfsel uit "de domste tijden der duistere middeleeuwen". Ruim een eeuw later, in 1940, werd het incident in Deldenerbroek opnieuw beschreven in de Provinciale Overijsselsche en Zwolse Courant. In dit krantenbericht werd echter vermeld dat het geloof in hekserij in Nederland op veel plaatsen nog altijd voortleefde en dat beschuldigingen bleven voorkomen. In de 140 jaar na de laatste waterproef zijn in de provincie Overijssel grofweg dertig incidenten aan te wijzen waarbij sprake zou zijn geweest van 'hekserij'. Het laatste geval speelde zich af in 1963 in het Twentse Bruinehaar.

Heksen bestaan niet. Toch werden tussen 1420 en 1780 tienduizenden mensen in Europa ter dood veroordeeld wegens hekserij. Vrouwen, ouderen, weduwen, mensen die niet pasten in het enge ideaalbeeld van een patriarchale samenleving. Ze werden beschuldigd, gemarteld en verbrand. Maar het verhaal eindigt niet in de zestiende eeuw. Het heksdenken leeft voort: in scheldwoorden, in tweets, in moorden in Tanzania en Haïti. Dit is de geschiedenis van een idee dat nooit echt is uitgedoofd en waarom het tijd is om het eindelijk te begrijpen.
Doe mee met acties, praat mee in onze groepen of kom naar onze Mina Meet! Hoe dan ook: