
In de negentiende eeuw waren waarzegsters een vertrouwd gezicht in Zwolse straten. Arme vrouwen die met kaartleggen en koffiedik kijken de kost verdienden en soms meer invloed hadden dan je zou verwachten. Het verhaal van Elisabeth Doek laat zien hoe gevaarlijk die invloed kon uitpakken. Niet voor de waarzegster, maar voor de vrouw die ten onrechte als heks werd aangewezen.
Door de adviezen van een Zwolse waarzegster werd Elisabeth mishandeld door de wanhopige vader van een ziek kind.
In de negentiende eeuw kon men in veel steden een beroep doen op waarzegsters: vrouwen die door middel van handlezen, kaartleggen en koffiedik kijken antwoorden konden geven op allerlei vragen. Zij zouden bijvoorbeeld kunnen zien waar vermiste of gestolen voorwerpen zich bevonden, wie met wie zou trouwen, maar ook of mensen waren behekst en door wie. Uit Zwolle zijn uit de negentiende eeuw vijf waarzegsters bekend, die meestal werden aangeduid met neerbuigende bijnamen. Zo had men een 'Schele Mie', een 'Manke Ka' en een 'Dikke Miete'. De meesten van hen waren arme weduwen die soms genoodzaakt waren te bedelen of te stelen. Wanneer zij hierop werden betrapt, wachtte hun het bedelaarsgesticht of de gevangenis. Een reputatie als waarzegster bood deze vrouwen nog enige vorm van inkomen en aanzien. Wanneer waarzeggers enige naamsbekendheid genoten, waren hun klanten soms bereid aanzienlijke afstanden af te leggen voor hun adviezen.
In 1891 vermoedde een 55-jarige boer uit Nunspeet dat een van zijn elf kinderen was behekst. Het kind was al acht weken ziek. Hij besloot advies te vragen aan Ria Helena de Koning, een 71-jarige weduwe uit Zwolle die bekendstond als de waarzegster 'Dikke Miete'. Nadat zij haar kaarten had gelegd, vertelde zij de boer dat zijn kind inderdaad was behekst. Zij zou hem helpen de verantwoordelijke heks naar hun boerderij te lokken, zodat die gedwongen kon worden haar beheksing ongedaan te maken. Om de heks te lokken kookten zij tot tweemaal toe een levende zwarte haan. Deze zogenaamde 'haanproef' was een bekende methode om heksen te lokken. Niet lang daarna verscheen een vrouw genaamd Elisabeth Doek. De boer beschuldigde haar van hekserij en dwong haar met geweld het kind te zegenen. Zij moest driemaal "God zegene je" boven het kind uitspreken. Toen zij dit deed, liet hij haar gaan.
Elisabeth liet het er niet bij zitten en klaagde de boer aan wegens mishandeling. Bij de rechtszaak, die in Zwolle werd gehouden, trad 'Dikke Miete' op als getuige. Zij verklaarde tegenover de rechter zelf niet te geloven in haar waarzeggerskunsten. Ze wilde alleen maar helpen en moest als arme weduwe bovendien zien rond te komen: "De wereld wil gediend wezen, en ik ben eene arme weduwvrouw." De officier van justitie eiste een boete van 25 gulden of 14 dagen gevangenisstraf tegen de boer. De waarzegster die hem had aangemoedigd, werd echter niet vervolgd.
Toen de plaatselijke dominee in Nunspeet hoorde van het voorval, hield hij een preek waarin hij waarschuwde tegen dit soort 'bijgeloof'. De boer was aanwezig bij deze preek en heeft naderhand een poging gedaan zichzelf op te hangen. Deze poging werd echter verijdeld. De plaatselijke schoolmeester is later bij hem geweest om hem tot bedaren te brengen. Het betoverde kind, zo vermeldde de krant, zou aan de beterende hand zijn.

Heksen bestaan niet. Toch werden tussen 1420 en 1780 tienduizenden mensen in Europa ter dood veroordeeld wegens hekserij. Vrouwen, ouderen, weduwen, mensen die niet pasten in het enge ideaalbeeld van een patriarchale samenleving. Ze werden beschuldigd, gemarteld en verbrand. Maar het verhaal eindigt niet in de zestiende eeuw. Het heksdenken leeft voort: in scheldwoorden, in tweets, in moorden in Tanzania en Haïti. Dit is de geschiedenis van een idee dat nooit echt is uitgedoofd en waarom het tijd is om het eindelijk te begrijpen.
Doe mee met acties, praat mee in onze groepen of kom naar onze Mina Meet! Hoe dan ook: